De gebeurtenissen van maandag

Vandaag is het woensdag. Dat wist je nog niet, hè? 😉 Maar om eerlijk te zijn weten wij vaak niet meer welke dag het is. Na alle hectiek heb ik vandaag eindelijk weer tijd voor een blog. We zijn erg moe en hebben besloten om het bootjes spotten morgen even aan de andere vrijwilligers over te laten. Elke ochtend mogen er één of twee mensen uitslapen en morgen zijn wij dat dus. Vandaag waren we ook al om tien uur bij het hotel, dus we kunnen eindelijk een keer een fatsoenlijke nacht slapen. Ondertussen is er veel gebeurd. In deze blog alles over maandag.

Maandagochtend reden we eerst naar ‘the lighthouse’ om te kijken of we bootjes zagen. Voor we goed en wel uitgestapt waren, kwamen er mensen naar ons toe die vertelden dat er verderop net twee bootjes waren aangekomen. Snel weer in de auto dus en verder rijden. Maar dat verliep niet helemaal vlekkeloos, want toen we een tegenligger wilden laten passeren, kwam de bus vast te zitten in het zand. Deze hebben we met girlpower weer los gekregen, maar het was erg frustrerend om daar te staan, terwijl je weet dat je hulp verderop nodig is. Bij aankomst kwamen we meteen terecht in chaos. Het was pikkedonker en er stonden zo’n veertig/vijfenveertig mensen, waaronder veel vrouwen en kinderen en zelfs twee baby’s. Allereerst deelden we water en mueslirepen uit. Een kindje begon over te geven waar ik bij stond en ik heb hem voorzien van schone kleren.

Als we bootjes gaan spotten, hebben we de bus altijd vol tassen staan. We nemen kleding mee voor baby’s, jonge kinderen, oudere kinderen, tieners, mannen en vrouwen. Behalve broeken en truien, hebben we ook sokken en ondergoed.Verder nemen we een medische tas mee, waar onder andere pleisters en verband in zitten en een grote reistas vol dekens en handdoeken. Daarnaast nemen we schoenen of slippers mee voor mannen, vrouwen en kinderen. En niet te vergeten het water en eten. En onze nacht- en verrekijkers. En de hoofdlampen. Dat laden we de avond ervoor al in, omdat we ’s ochtends nog niet zo wakker zijn.

Nadat ik dat kindje had geholpen dat overgaf, kwam er een moeder voor droge sokken en schoenen voor haar dochtertje. Ik zette haar op de rand van de kofferbak en hielp haar sokken uit te doen. Dat ging niet. Ik dacht dat ze wellicht kniekousen aan had, dus ik stroopte haar broek verder op. Maar het bleek een mailot te zijn. Dus moest eerst de skibroek uit, vervolgens de gewone broek en toen eindelijk de mailot. Ik stelde me zo voor hoe de moeder haar kind dik had aangekleed om haar warm te houden op de boot. Hoe het gezin zich klaar had gemaakt om te vertrekken in de donkere nacht. Wat moet het verschrikkelijk eng zijn om met je kinderen, in het pikkedonker, in een klein rubberbootje de zee op te gaan. Dat doe je echt niet zomaar. Toen de vrouwen eenmaal zagen dat we schoenen hadden voor de kinderen, doken ze af op die tas alsof het uitverkoop was bij de wibra. Dat was echter niet de bedoeling. De schoenen zijn alleen voor mensen die echt kleddernat zijn, maar deze mensen waren alleen klam en vochtig.

Ondertussen had Jaap een baby ontmoet die erg koud was. Terwijl hij naar de bus liep voor een deken, viel er een vrouw flauw in zijn armen. Daarna kon hij de baby nergens mee vinden. Die bleek snel in een auto naar Kos-stad gebracht te zijn gelukkig. Ondertussen kwamen er nog andere ouders bij ons van wie het kind telkens overgaf, elk half uur. We dachten in eerste instantie dat het om zeeziekte ging, maar de ouders vertelden dat het in Turkije al was begonnen. Helaas konden we niks voor hen betekenen, maar we vertelden hen wel dat ze in Kos-stad naar Artsen zonder Grenzen konden gaan. Uiteindelijk ging iedereen lopend op pad naar Kos-stad, dat is ongeveer 5 km lopen. Wij pakten de spullen weer in de bus, raapten de vuilnis op en gooiden op het strand alle zwemvesten op een hoop. We controleerden nog even of er persoonlijke spullen tussen lagen die mensen wellicht vergeten waren. Ondertussen was het licht geworden. We reden terug en speurden de zee af. We zagen een zwart stipje op het wateroppervlak, nog ver weg, maar door de verrekijker duidelijk zichtbaar. We hielden ze een tijdje in de gaten en verkasten naar een andere plek. Na een uur waren ze nog niet dichterbij gekomen. We wachtten nog even, maar toen belde Hans de kustwacht, omdat het te lang duurde. Die waren echter niet happig om erop af te gaan. Dus we bleven ze in de gaten houden. We verkasten nog een keer naar een andere plek. Onderweg stopten we nog een keer langs de kade om te kijken, maar we zagen ze niet meer. Wel zagen we een ander groot schip langsvaren. Zou er iets gebeurd zijn met ze, door de golven van het schip? Op het andere stukje strand kregen we snel een bootje in het vizier. We konden zien dat er meerdere mannen in zaten en dat ze aan het peddelen waren. We dachten echter dat het een ander bootje was. Een deel van het team reed nog naar aan ander stukje strand om te kijken of ze het bootje dat we eerder hadden gezien konden vinden. Dit was niet het geval. We concludeerden dat het waarschijnlijk toch hetzelfde bootje was, maar dat het perspectief was veranderd, doordat we veranderd waren van plek. Het bootje schoot echter nog steeds voor geen meter op. We zagen de kustwacht uitvaren, maar deze bleef op ruime afstand van het bootje liggen. Balen! We bleven dus wachten en hielden het bootje in het vizier. Uiteindelijk zagen we een andere boot naar ze toe varen en gingen de vluchtelingen aan boord van die boot. We dachten in eerste instantie dat dit een particulier was, maar later ontdekten we dat dit ook een bootje van de kustwacht was. In ieder geval waren deze mensen veilig. Onderhand moesten we snel naar het appartement om de auto uit te pakken en vol te laden met water en appels. We hadden geen tijd meer om te ontbijten helaas.

Het uitdelen van water en fruit verliep soepeltjes en het medisch spreekuur ging me ook beter af. Ik vond het bijna leuk om te doen. De vorige avond had ik samen met een andere vrijwilliger de medische tas ingepakt, zodat ik goed wist wat we hadden. Ik was daardoor relaxter en nam meer de tijd om ook een praatje te maken met de ‘patiënten’. De taalbarrière is lastig. De meeste vluchtelingen spreken geen Engels en wie dat wel kan eigenlijk nog steeds maar een klein beetje. Maar met handen en voeten kom je toch een heel eind.

’s Middags gingen we lunchen bij Jolien, een Nederlandse vrouw die getrouwd is met een Griekse man en zij runnen een restaurant op Kos. Dit is onze vaste stek voor de lunch. Na de lunch gingen we naar het appartement waar we kleding gesorteerd hebben en de tassen voor de ochtendshift hebben aangevuld. Daarna was het tijd voor de volgende uitdeelronde van water en bananen. Deze verliep chaotisch, want we hadden te weinig bananen. We hebben elke dag 80 kilo bananen, maar helaas was het niet genoeg. Iedereen komt dan vragen: ‘banana?’ ‘banana?’ Uiteindelijk moesten we gewoon weggaan, zodat de rust kon weerkeren op de kade.

Het plan was om rugtassen uit te delen aan mensen die mee gaan met de ferry naar Athene. Maar dat liep anders. Er was een zwangere vrouw met wie het niet goed ging. Ze was suf, voelde klam aan en had een veel te lage hartslag. Een andere Nederlander, die arts is, vond dat ze meteen naar het ziekenhuis moest. We wilden haar brengen, maar haar man wilde niet dat ze ging, omdat ze de ferry naar Athene moesten halen. We vertelden hen dat wij wel een nieuw ticket zouden regelen, maar de man was behoorlijk in paniek. Uiteindelijk wisten we ze te overreden om in de auto te stappen. Het broertje van de man die samen met hen reisde ging ook mee, hij leek vooral verdrietig. De auto vertrok, we stonden nog even te praten en toen fietse ik weg. Ik kwam echter de zwangere vrouw huilend tegen. Wat was dat nou? Wilde ze nou toch niet? Het bleek dat de man in de auto weer helemaal in paniek was geraakt en dat de vrouw zo wanhopig was geworden dat ze tijdens het rijden de deur heeft open gedaan en eruit is gesprongen. De vrijwilliger die reed was behoorlijk geschrokken. Ik ben naar de vrouw toe gefiest en naast haar op de grond tegen de muur gaan zitten. Haar vastgehouden. We verstonden elkaar niet, maar ik wilde dat ze wist dat we er voor haar zijn. De blik in haar ogen was leeg, apatisch. Ze leek in shock. De vrouw van het gezin naast haar, voerde haar met alle geduld van de wereld een paar hapjes brood en wat slokjes water. Telkens weer praatte ze op haar in. Respect voor wat zij deed! Jaap had ondertussen de man weten te kalmeren. De Nederlandse arts zei dat het zeer waarschijnlijk was dat ze op de ferry een miskraam zou krijgen. Met behulp van een vertaalapp maakten we ze duidelijk hoe ernstig de situatie was. En we vertelden dat ze zich geen zorgen hoefden te maken over de ferry, dat wij wel een nieuw ticket zouden betalen. (Hoe, dat wisten we nog niet, maar daar zouden we wel uitkomen als team.) Ook de familie naast hen, praatte op hen in. Uiteindelijk zijn ze toch naar het ziekenhuis gegaan. Heftig om mee te maken. Zoveel wanhoop en paniek om de boot te halen, dat je zelfs het leven van je kind riskeert. Ik voelde me verdrietig. Ik bleef nog even bij de andere familie daar. Het was goed om daar te zijn. De zorg om deze vrouw bond ons samen. Daarna gingen we eten. Bij het eten hoorden we hoe het ziekenhuisbezoek was gegaan. De broeddruk van de vrouw wat gemeten en deze was te laag. Dit komt meer voor bij zwangere vrouwen, dus ze moest zich maar geen zorgen maken en meer zout eten. Dat was alles. Er kwam geen arts bij, er werd niet naar het hartje van het kind geluisterd, geen echo gemaakt, niets van dat alles. Het stel kwam op tijd bij de ferry. We hebben geen idee hoe het verder is gegaan met hen en hun baby. Het enige wat ik nog kon doen was bidden: “Heer, ontferm U over hen.”

Na het eten wilden we weer naar de kade gaan, omdat we hadden gezien dat er veel gezinnen op straat zaten. We wilden tentjes, slaapzakken en slaapmatten gaan uitdelen. We pakten de bus uit, stopten deze spullen erin en op dat moment kwam er een vluchtelingengezin langs gelopen. Ze vroegen of we een slaapplek voor hen wisten. Ze gaven aan dat ze weinig geld hadden, dus een hotel was niet echt een optie. We belden wat heen en weer, maar bereikten niks. We gaven hen tentjes, slaapzakken en slaapmatjes en brachten hen naar het park. Daar kwamen we erachter dat ze voor deze nacht al wel een binnen slaapplek hadden. Zo lastig, die taalbarrière. De man en vrouw spraken wel een beetje Engels, maar net niet voldoende om makkelijk te communiceren. Het bleek dat deze plek maar voor één nacht was en bovendien erg vies. Dus ze zochten vooral iets voor de nachten erop. Via streetview kwamen we erachter waar hun slaapplek was en daar brachten we ze toen maar heen. Het was er erg donker en zag er nogal louche uit. Ze nodigden ons binnen en wilden ons graag laten zien hoe hun plek was. Het was werkelijk miserabele. In een kleine ruimte stonden vier bedden met alleen een kale matras erop. Het stonk er, het was vies en er waren muizen. En daar hadden ze honderd euro voor één nacht voor betaald. (Ons hotel kost ongeveer 25 euro per nacht, inclusief elke ochtend een opgemaakt bed, schone handdoeken, tv, ontbijt en cleaning.) We besloten dat ze de slaapzakken en dergelijke dan maar moesten houden. Verder vertelden ze over de reis de ze gemaakt hadden en ze lieten hun doorweekte schoenen en jassen zien. Echt erg. Terwijl het zulke aardige, sympathieke mensen zijn. Ze kwamen uit Irak en hadden in Bagdad gewoont. In één dag waren ze hun werk, hun huis, alles kwijt geraakt. We vertrokken en ze liepen mee om ons uit te zwaaien. Later zagen we hen nog weer en hebben we ze nog shampoo en douchgel gegeven. Want ook dat hadden ze niet. Twee ander vrijwilligers waren ondertussen nog naar de kade geweest en hadden slaapzakken, matjes en twaalf tenten uitgedeeld. Daarna hebben we samen nog wat gedronken. We vonden het zo oneerlijk wat we allemaal hadden gezien. We voelden boosheid en verdriet. Waarom moet dit deze mensen overkomen? Het duurde lang voordat we in slaap vielen die avond. En toen we voor ons gevoel nog maar niet sliepen, ging de wekker alweer. Een nieuwe dag begon. Daarover later meer.

3 gedachten over “De gebeurtenissen van maandag”

  1. Wat een heftig en verdrietig verhaal, veel sterkte en kracht met allesweter jullie doen heb er immens veel respect voor!

Reacties zijn gesloten.