Dinsdag

Dinsdag verliep redelijk normaal. We hebben ’s morgens eerst bootjes gespot, maar er kwamen geen mensen aan die onze hulp nodig hadden. Ook het uitdelen van water en appels ging goed. We hadden een nieuwe tactiek, namelijk om de vrouwen en kinderen op een andere plek te laten staan. Zij mochten sowieso altijd voor, maar hierdoor kon het soms wel rommelig worden. De nieuwe werkwijze beviel goed. Ook het ‘medische spreekuur’ ging goed. Van één patiënt schrok ik best wel: hij had zijn beide grote tenen ontstoken. Ik heb het ontsmet met betadine en hem gezegd dat hij de volgende dag naar Artsen zonder Grenzen moest gaan. Verder kwam er een ouder meisje met buikpijn. Met mijn Nederlandse directheid vroeg ik of ze ongesteld was. Ze begon zenuwachtig achter haar hand te lachen. Ik kon er niet goed uit opmaken of ze mijn vraag niet begreep of dat ze het gênant vond. In het lange leste deed moeder haar tasje open liet ze sneaky een pakje maandverband zien. Oké, duidelijk. Ik gaf haar paracetamol tegen de pijn. Moeder vroeg met handgebaren of ze meer maandverband kon krijgen. Helaas hadden we dat op dat moment niet bij ons, maar ik wist wel dat het we dat in het appartement hadden staan, dus ik vroeg haar om ’s avonds even terug te komen. Sindsdien zorgen we dat we bij het spreekuur ook altijd tassen met maandverband, luiers en babyvoeding bij ons hebben. Een andere leuke anekdote is dat er een jongen kwam die zich niet lekker voelde en pijn had. Ik gaf hem paracetamol met wat water. Hij nam het aan, maar vroeg vervolgens “Is it halal?”. Ik had er geen idee van, maar ik kon me niet voorstellen dat er varken in paracetamol zit, dus ik heb maar gezegd dat het oké was.

’s Middags hebben we een Duitse vrijwilliger geholpen die ik elke middag een lunch uitdeelt. Ze had moeite om dat goed te organiseren. Sommige vluchtelingen kregen niks, terwijl andere meerdere keren kregen. Wij werken altijd met een rij, waarbij we in de gaten houden dat er niet wordt voorgedrongen en dat geen mensen voor de tweede ronde gaan. De vluchtelingen weten dat wij zo werken en waarderen dat ook erg. Het komt regelmatig voor dat we door hen bedankt worden voor deze eerlijke manier van werken. Zodoende hebben we dus ook geholpen bij het uitdelen van de lunch. De vluchtelingen kennen onze manier van werken, dus het verliep vrij gemoedelijk. ’s Avonds bij het uitdelen van water en bananen, hadden we helaas weer te weinig bananen. We hadden elke dag vier volle dozen, maar blijkbaar zaten er nu meer vluchtelingen op het eiland. De rest van de week bestellen we dus meer. Naar schatting zitten er op dit moment twee- á drieduizend vluchtelingen op het eiland. Elke dag komen er zo’n 250 aan. Toch nemen de vluchtelingen het goed op als er te weinig bananen zijn. Als je het rustig uitgelegd halen ze hun schouders op en vertrekken ze. Ze merken ook wel aan ons dat wij het erg vervelend voor hen vinden.

Verder hebben we dinsdag spullen uitgedeeld bij de ferry naar Athene. Op vertoon van hun ticket voor die dag, kunnen de vluchtelingen een rugtas of een fleecevest krijgen van ons. Er heerst een uitgelaten sfeer bij de ferry. De vluchtelingen zijn blij dat ze geregistreerd zijn en verder mogen reizen. Dat is ook wel dubbel als je bedenkt wat hen allemaal nog te wachten staat. In Athene, maar ook in de rest van Europa.

Toen we daarna het eten op hadden, begon het opeens te stortregenen. Snel hebben we poncho’s ingeladen en zijn we naar de kade gereden (daar zitten de vluchtelingen in tentjes). De meeste mensen zaten bijeen gedoken in een tentje, dus we zijn alle tentjes bij langs gegaan. Behalve poncho’s hebben we ook wat vuilniszakken gegeven waar ze hun spullen in kunnen stoppen. Het werd erg gewaardeerd dat we langs kwamen om te helpen in de regen. Stichting Bootvluchteling was de enige organisatie die er was op dat moment. De tentjes zijn erg dun, het zijn eigenlijk alleen binnententjes. Met name de punt bovenin de koepel is niet goed waterdicht. Sommigen gebruikten hun poncho dan ook om bovenop de tent te leggen. Je wordt vanzelf creatief hier.