Back @ home

Inmiddels zij we weer thuis. Het is fijn om weer een lange nacht te kunnen slapen in ons eigen bed. Het is fijn om onze familie en vrienden weer te spreken. Maar een deel van ons is achter gebleven op Kos. Ons hart en onze gedachten zijn nog vaak bij de vluchtelingen daar. Toen we op het vliegveld op Kos stonden te wachten bij de gate en iemand riep “Please, make a line,” stonden wij in gedachten weer op de kade, waar een lange rij vluchtelingen stond te wachten op fruit en water. Wat gebruikten wij die woorden “Please, make a line,” vaak daar. We zagen al die jonge mannen weer voor ons, hongerig en dankbaar voor het weinige dat we ze gaven.

IMG-20151018-WA0003

En toen we in het vliegtuig zaten en er een kaartje werd getoond van de route die we vlogen, realiseerden we ons dat dit de weg is die de vluchtelingen gaan. Wij deden het in vier uur, in een warm vliegtuig, op comfortabele stoelen, met een flesje cola en een reep chocola erbij. Zij zijn weken onderweg, in de kou, in de regen, met gebrek aan voedsel. Hoe oneerlijk is het verdeeld in de wereld. Toen we geland waren en samen op het vliegveld van Brussel liepen, hadden we allebei een knoop in onze maag. Het voelde niet goed om terug te zijn in onze welvaart, terwijl we daar nog zoveel zouden kunnen betekenen. Het leek zo’n andere wereld te zijn. ’s Morgens stonden we nog met onze voeten in de zee vluchtelingen aan land te helpen, ’s avonds op het vliegveld liepen we langs dure kleding- en parfumwinkels. Het was goed om samen te eten bij Jaaps ouders, zodat we even op verhaal konden komen en deze twee werelden aan elkaar konden verbinden. En het opschrijven helpt ook.

Vanmorgen weer aan het werk gaan was vreemd. Mijn cliënt vroeg terwijl ik stond te strijken of ik iets wilde drinken en ik antwoordde dat ik eerst even de strijk af wilde maken. “Wil je dan een banaan? Of een appel?” Het bracht me terug naar de momenten dat we water en bananen of water en appels stonden uit te delen.

20151024_113052

Alles lijkt zo relatief hier. Waar ik me een paar weken geleden nog druk maakte om de bezuinigingen op de huishoudelijke hulp, lijkt dat er nu niet meer toe te doen. Hoe blij mag je zijn dat je überhaupt een huis hebt om schoon te maken. Hoe blij mag je zijn dat er een hele stapel bloesjes te strijken is, dat je dus blijkbaar genoeg kleren hebt en de mogelijkheid om ze te wassen. Dat je bed verschoont moet worden en dat je dus blijkbaar een comfortabel bed hebt met een warm dekbed. Dat je zelfs twee wc’s in je huis hebt om schoon te maken, een douche met warm water, een spiegel om je voor te scheren en noem maar op. Dat zijn dingen waar ik over nadacht terwijl ik liep te poetsen. Toen ik thuis kwam, heb ik eerst een poosje op de bank liggen slapen. Ik heb nog een hoop slaap in de te halen volgens mij. Daarna heb ik een begin gemaakt met de was. Het ‘gewone’ leven gaat verder. Maar het voelt niet meer gewoon. De tranen zaten me nog hoog vandaag. Van alles wat we gezien hebben, of van vermoeidheid. Waarschijnlijk beide. We zullen niet snel vergeten wat we meegemaakt hebben. En we bidden:

“Laat het koninkrijk komen,

laat ons altijd bezig zijn

met uw liefde voor de wereld:

breng de hemel dichterbij.

Laat ons alles willen geven

aan wie arm of eenzaam zijn.

Maak ons dienaars van uw liefde:

breng de hemel dichterbij.”

© Schrijvers voor Gerechtigheid